Preview: Brutisme – Radeloos, redeloos, reddeloos

Door Leo van de Voort

De omgang tussen mensen wordt steeds grimmiger: individueel geweld, institutioneel cynisme en collectieve onmacht tekenen volgens Leo van der Voort een nieuw fenomeen: ‘brutisme’. In zijn pamflet legt hij uit hoe deze ontspoorde individualisering zich manifesteert. In zijn preview licht Van de Voort toe hoe het concept ‘brutisme’ een nieuwe duiding biedt voor de groeiende maatschappelijke ontwrichting.

Er is sprake van een fors toenemende maatschappelijke polarisatie (SCP, 2022). Gezag is tanend, respect blijkt een steeds legere huls (meer specifiek: het iets wat je wilt en eigenlijk eist om te krijgen, en vooral niet iets wat je geeft).

nihilistisch individueel geweld

Brutisme… is het individualistische, agressieve antwoord op het manifeste verlies van een collectief verlangen naar zingeving, groei en schoonheid. Het zet een individueel besef los te zijn geraakt van grip op en begrip van collectieve maatschappelijke verbinding, om in cynisme en nihilistisch individueel geweld ten opzichte van wat collectief positief kan verbinden.

Wat voorbeelden van polariserende maatschappelijke, steeds individueler verruwing.

Op microniveau

In februari 2022 ging de bekende zangeres Glennis Grace verhaal halen bij een Jumbofiliaal omdat haar zoon daar onheus zou zijn bejegend door het winkelpersoneel (wat niet zo was). Met wat trawanten arriveerde zij (door de rechter aangewezen als ‘aanstichter’) ter plaatse, wat uitmondde in grove mishandeling en een explosie van geweld tegen achtervolgde (de rechter sprak van ‘jacht’), klemgezette (‘ze hadden geen schijn van kans’) en daarna afgetuigde medewerkers. Dit forse geweld (‘openlijke geweldpleging’) werd vastgelegd op de winkelcamera’s. Met veroordeling(en) tot gevolg. Waar het hier om gaat is dat Grace niet via bevoegde instanties, middels een aangifte, haar gelijk wilde halen, maar – willens en wetens – via eigenrichting. Hier werd persoonlijk wraak genomen op individuen. Zonder een schijn van kans. Dát is brutisme.

Op macroniveau

De toeslagenaffaire is een bestuurlijk-politieke affaire als gevolg van (grotendeels) onterechte verdenkingen van fraude met toeslagen, een keihard terugvorderingsbeleid en een rigide uitvoering van wet- en regelgeving door bestuursorganen; een samenspel van meerdere factoren, op verschillende niveaus, in politiek, bestuur, rechterlijke macht, pers en maatschappij, waarbij jarenlang de structurele corrigerende mechanismen van de democratische rechtsstaat – willens en wetens – met voeten werden getreden. Dat op zich is al verwerpelijk – maar de afhandeling van deze te rigoureuze fraudeaanpak was (en is zelfs tot op de dag van vandaag) onthutsend. Het Combiteam Aanpak Facilitators (CAF) hanteerde de ‘80/20-benadering’ (80% fraudeert, 20% is onschuldig) – waarvoor bij de Belastingdienst elke kwantitatieve onderbouwing ontbrak. Voor de veelal onschuldige ouders bleek (en blijkt) het nauwelijks mogelijk om besluiten terug te laten draaien – met alle kwellende gevolgen van dien (beslaglegging, schuldophoping, uithuisplaatsing, persoonlijke faillissementen, et cetera). Hier werden (en worden) onschuldige individuen vermorzeld door een incompetent systeem dat elke humane inslag van behandelaars van vlees en bloed mist. En elke fatsoenlijke corrigerende afslag. Dát is brutisme.

En op het niveau daartussen

Jeroen Kremers is ten tijde van de coronacrisis benoemd tot staatsagent om een oogje in het zeil te houden bij KLM – KLM kreeg een lening (€3,4 miljard), met daaraan verbonden voorwaarden. In mei 2023 maakte Kremers het concept van zijn vijfde en laatste voortgangsrapportage openbaar, waarin hij vaststelde dat KLM belangrijke voorwaarden had geschonden. Dat was tegen het zere been van het toenmalige bestuur van KLM. In een gesprek over de conceptrapportage werd Kremers ‘zodanig dreigend bejegend’ dat hij ‘zich genoodzaakt voelde zich te verdiepen in de juridische risico’s die hij liep’. Hij vroeg herbevestiging bij het Ministerie van Financiën dat hij was gevrijwaard van mogelijke juridische procedures en aansprakelijkheidstelling door het bestuur van KLM. Waar het hier om gaat is dat hij niet als functionaris of ambtsdrager werd bejegend (en bedreigd – wat ook al fout is), maar – willens en wetens – individueel en persoonlijk. Dát is brutisme.

Drie duidingen

Bovenstaande wordt ook geconstateerd in diverse recente internationale ‘regeringsverklaringen’: ‘Gezag en respect in de openbare ruimte moeten worden hersteld’. Echter, de vraag waar de onderliggende spanningen vandaan komen moet dan óók worden gesteld. Immers, zonder een ‘theorie van verandering’ die oorzaak en gevolg van de steeds individueler gerichte polarisatie in beeld brengt, draait het vooral uit op anderen vertellen dat ‘wie niet horen wil maar moet voelen’. En dat werkt twee kanten op. Bijvoorbeeld, een steeds verdere uitholling van het demonstratierecht gepaard gaand met zeer stevig politie-ingrijpen, én steeds frequentere demonstraties met een telkens grimmiger karakter. Beide kanten spreken over elkaar in termen van ‘geweld’.

Ik duid dit als escalerende polarisatie (1).

Verder, als tweede duiding: het gaat niet goed met de gezondheidszorg, het openbaar vervoer, het onderwijs, de asielopvang, de politie en vele andere, al dan niet geprivatiseerde, overheidsdiensten (vooral uitvoeringsorganisaties). Het leidt tot steeds meer onvrede – zeker daar waar de treurige staat van publieke voorzieningen gepaard gaat met toenemende politieke afzijdigheid en/of onmacht. Steeds meer mensen voelen zich bedrogen na valse beloftes; in Nederland de toeslagenaffaire, de Groningse gasproblematiek en Limburgse waterschade, et cetera; in het VK de Brexit, in Frankrijk de pensioenen, in Duitsland de begrotingsperikelen, uitgevochten over de rug van boeren en vrachtwagenchauffeurs (‘Wutwoche’), in Italië de asielinstroom – overal in Europa is dit aan de hand, en in de VS ontaardde dit nog eerder, sneller en heftiger. In de wetenschap heet dit de ‘peak of inflated expectations’. Opgeblazen verwachtingen die niet worden waargemaakt.

De burger reageert steeds nadrukkelijk met wat ik benoem als nihilistische agressie (2).

En ook in de politiek lijkt – als derde duiding – iets blijvends verschoven: men heeft nauwelijks nog geduld voor de grotendeels onzichtbare processen van besluitvorming. Vitale democratieën vragen altijd iets van hun burgers: participatie, compromissen, dialoog. We zien de onttakeling van het institutionele handwerk, waarin overleg, constructief debat, tegenspraak en onderhandeling onmiskenbaar en traag vorm, richting en inhoud geven aan het bestuur. Het gaat nog slechts om het ‘hier en nu’, het gaat vooral om de bühne. Daar speelt nu het echte werk zich af – confrontatie, slopen van de tegenstander, luchtballonnen oplaten, medestanders tellen. En weer door in de polarisatie. Er ontstaat een beeld van de overheid die het vertrouwen eerst verspeelt en vervolgens telkens opnieuw komt vrágen. En intussen zelf weinig en steeds minder vertrouwen in burgers heeft.

De overheid reageert steeds nadrukkelijker met mijn term cynische kortzichtigheid (3).

Twee zaken vallen op

In de eerste plaats zien we steeds vaker individuen – ook als ze in groepsverband opereren – die laten weten, zien, horen en desnoods voelen dat ze er zijn, grof, regels negerend, agressief, eisend. Individuen die zich voortdurend in hun persoonlijke vrijheid gekrenkt voelen, die vrijheid zeker niet als collectief goed beschouwen, maar vooral als persoonlijk bezit, ‘nu en van mij’. Of: ‘ik-niet-dan-jij-ook-niet’.

Deze individuen snakken naar volledige erkenning en de verwezenlijking van de eigen behoeften (ten koste van ieder ander), en ze tolereren daarin geen enkele beperking. Het is de neiging om alles om je heen enkel in het licht van je overtuigingen te plaatsen. Hier heeft iets collectiefs plaats gemaakt voor het strikt individuele – filosoof Harry Kunneman noemde dit al ‘het dikke ik’. In dit pamflet munt ik daar de term ‘brutisme’ voor.

Ten tweede, deze vergroving wordt steeds vaker en nadrukkelijker geduid in termen van ‘fascisme’, ‘extreemrechts’, ‘populisme’ of als ‘nationaalsocialistisch’. Voor mij is dit de tirannie van de stereotypering: een stereotype is een vaststaand beeld van bijvoorbeeld een groep mensen dat niet (volledig) overeenkomt met de werkelijkheid, of een deel van de werkelijkheid buiten proportie vergroot. Dat leidt tot versimpeling, verharding, radicalisering, overdrijving en generalisering. En het lost niets op (in termen van duiding en begrijpen of doorgronden). Het leidt tot onoverbrugbaar wantrouwen.

Zelfgenoegzame etikettenplakkerij

De hierboven kort beschreven en zich steeds verder ontwikkelende individualisering te vangen in stereotyperingen die een collectiviteit veronderstellen, is naar mijn mening onjuist. Het staat een verklaring in de weg die meer recht doet aan een verschijnsel dat misschien genoegzaam als fascistisch kan worden getypeerd, maar waarvan de kern daarmee niet wordt omschreven. Daardoor schieten gepresenteerde verklaringen en/of oplossingen ver aan hun doel voorbij. En vooral tekort. We blijven gevangen in zelfgenoegzame etikettenplakkerij die ons niet verder brengt. 

Waarvan tot op heden akte.

De tijd verstrijkt en ‘stereotypering’ blijft op haar plek als een verkeersregelaar die op een verlaten kruispunt is blijven staan. Groepsdenken (o.a. fascisme, populisme) bijt de tanden stuk op de maatschappelijke werkelijkheid: ontsporende individualisering.
In dit pamflet munt ik daar de term ‘brutisme’ voor.

In dit pamflet probeer ik bovenstaande twee zaken (het hardhandig en cynisch individualisme, en de stereotypering daarvan) op elkaar te betrekken – waarbij mijn stelling is dat ‘brutisme’ als concept betere handvatten biedt tot duiding en positief-richtinggevende adressering, dan het blijven vervallen in stereotyperingen die zijn losgezongen van de weerbarstige werkelijkheid.

OVER DE BOEKENPRAKTIJK

Eerst gepubliceerd op: managementboek.nl, 31 maart 2025


Cover Brutisme. Boek geschreven door Leo van de Voort.

Brutisme

radeloos, redeloos, reddeloos

Leo van de Voort,
Warden Press, 2025

‘Brutisme’ is het individualistische, agressieve antwoord op het manifeste verlies van een collectief verlangen naar zingeving, groei en schoonheid. Het zet een individueel besef los te zijn geraakt van grip op en begrip van collectieve maatschappelijke verbinding om in cynisme en nihilistisch individueel geweld ten opzichte van wat collectief positief kan verbinden.

De overheid is verworden tot een soort callcenter dat op bestelling problemen moet oplossen. Politiek als bedrijfsvoering, ‘fiksen’. Veel Nederlanders – en burgers elders in de westerse wereld – wanen zich tegenover de overheid consument; consumenten komen louter wat halen, maar als burger moet je ook wat bréngen. Daar moet je dan als overheid ook wel actief toe uitnodigen – en dat is niet door onder het mom van de ‘participatiemaatschappij’ veel verantwoordelijkheid af te wentelen op burgers.


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *